Workshop

Huis voor Jongeren Gent

Een unieke manier van samenwerken tussen de eerste, tweede en derde lijn
De voorbije jaren werd Flanders Synergy steeds meer gevraagd om samenwerking over de grenzen van organisaties heen mee te ondersteunen. Samenwerking tussen onderwijs en welzijn, in de eerstelijnszone van de zorg, tussen bedrijven onderling, tussen overheden. Elke betrokken organisatie streeft eigen resultaten na, heeft eigen financieringsmechanismen, eigen professionele gewoonten, overtuigingen en andere aspecten die eigen zijn aan haar werking. Vaak zijn partnerschappen nodig tussen organisaties die soms concurrenten zijn, wat de samenwerkingen moeilijker maakt. Vertrouwen in de onderlinge relaties op bestuurlijk en operationeel niveau is essentieel. De samenwerking start met het samen ontdekken van een gemeenschappelijk verhaal waarin iedereen gelooft en die ieders eigenbelang overstijgt. Een verhaal waar alle belanghebbenden aan meeschrijven en ieders bijdrage wordt gewaardeerd. Een verhaal waarin organisaties professionele meerwaarde ontdekken en anders willen samenwerken dan voorheen.

Hoe een gemeenschappelijk verhaal gerealiseerd kan worden, legde Tom Van Acker in de workshop ‘Betekenisvol werken over organisaties heen’ uit aan de hand van het Huis voor Jongeren. Dit is een samenwerkingsverband tussen heel wat organisaties in de jeugdhulp in Gent, die samen een huis voor jonge mensen van 12 tot 25 jaar hebben gecreëerd. Jongeren kunnen er zonder afspraak terecht met al hun kleine of grote vragen. Het is een plaats waar ruimte is om te ontspannen, zelf initiatieven te nemen en ideeën te lanceren. Ze kunnen er indien gewenst ook contact leggen met de gespecialiseerde zorg die ze nodig hebben en workshops volgen. Samantha Werthen, projectcoördinator van het huis, deelt met ons het verhaal van het Huis voor Jongeren.

Nood aan verandering

Uit de Belgische gezondheidsenquête blijkt dat ongeveer 30 procent van de jongeren met psychische problemen te kampen heeft, maar dat enkel een klein deel hiervan naar een hulpverlener stapt. “De drempels hebben vaak te maken met een ontbrekend vertrouwen in de omgeving, bijvoorbeeld dat schoolpsychologen de ouders informeren over de problemen van hun kind. Soms weten ze ook niet goed waar ze terecht kunnen of hebben de jongeren het gevoel dat ze een zeer ernstig probleem hebben als ze naar de psycholoog gaan,” zegt projectcoördinator Samantha. Volgens Samantha ontstaat een zeer groot deel van de geestelijke gezondheidsproblemen al op een leeftijd tussen 10 en 20 jaar en deze nemen toe als ze niet op tijd worden aangepakt. Het gebeurt dan vaak dat jongeren te laat én ook meteen met erge problemen in de tweede of derde lijn van de hulpverlening terechtkomen. Ze voegt hieraan toe dat de problemen van jongere kinderen vaak door de ouders of de school worden opgemerkt, maar dat de leeftijdsgroep vanaf 12 jaar, die zelf hulp zoekt, moeite heeft om een plek te vinden die bij hun eigen leefwereld past.

Het gebeurt vaak dat jongeren te laat én ook meteen met erge problemen in de tweede of derde lijn van de hulpverlening terechtkomen.

Samantha wijst ook op een duidelijke breuk in de hulpverlening op de leeftijd van 18 jaar, waar de schakeling plaatsvindt tussen de jeugdhulpverlening en de volwassenenhulpverlening: “Het overschakelen op die leeftijd is voor jongeren soms moeilijk omdat ze naar een andere hulpverlening moeten gaan die soms ook niet aangepast is aan jongeren.”

Daarnaast bestaat het probleem van de segmentering van de hulverlening. “Elke lijn staat op zich en probeert wel met de andere lijnen samen te werken, maar dat loopt niet altijd even gemakkelijk omdat iedere organisatie een eigen regelgeving heeft”, geeft Samantha aan.

Deze drie problematieken gaven aanleiding tot verandering en om met verschillende organisaties uit de eerste, tweede en derde lijn erover na te denken hoe de jeugdhulpverlening beter kan worden georganiseerd. De organisaties, waaronder de Gentse Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB), Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG), het Jongerenadviescentrum (JAC), UZ-psychiatrie en de stad Gent beslisten om integraal samen te werken.

Van idee tot concreet prototype

Vanuit de betrokken organisaties uit verschillende zorglijnen is een stuurgroep ontstaan die het engagement heeft opgenomen om op een betere manier samen te werken en ook bereid was om de eigen werking aan te passen. De stuurgroep heeft het project bij het Rode Neuzen Fonds voor financiële ondersteuning ingediend. Door het fonds kwam geld beschikbaar om een werkbaar en concreet plan te realiseren. Er werd gekozen om een deel van het geld in te zetten voor coördinatie en daarnaast werd Flanders Synergy als partner voor de procesbegeleiding gekozen.

De betrokken organisaties kwamen vervolgens frequent samen om het idee van de integrale samenwerking verder uit te werken. De groep baseerde zich op een internationaal onderzoeksrapport (ADOCARE, http://www.adocare.eu) waarin er richtlijnen staan rond de verbetering van de hulpverlening naar jongeren toe. Deze richtlijnen werden meegenomen om één huis te creëren waarin medewerkers uit de verschillende organisaties kunnen samenwerken. De betrokken organisaties streven volgens Samantha naar hetzelfde doel: “Onze droom is dat jongeren op een gemakkelijkere manier hun draai vinden over vragen die ze hebben: elkaar vinden, zich in de stad gemakkelijk oriënteren naar plekken waar ze zich goed voelen, gemakkelijk in de gepaste hulpverlening terecht komen. Daarnaast vinden we ook dat het taboe van de psychologische hulpverlening doorbroken moet worden. Kwetsbaarheid en problemen moeten makkelijk bespreekbaar worden. Op organisatieniveau hopen we een grotere eenheid in plaats van versnippering van het aanbod voor jongeren vanuit organisaties te bereiken.”

Onze droom is dat jongeren op een gemakkelijkere manier hun draai vinden over vragen die ze hebben.

Na de uitwerking van het eerste idee heeft men alle organisaties in Gent opgeroepen die betrokken zijn bij welzijn en geestelijke gezondheid van jongeren om deel uit te maken van een forum. Veel organisaties hadden al van het project gehoord en voelden dezelfde noden, waardoor ze wilden participeren. Daarnaast werd een jongerenforum opgericht omdat de stuurgroep het zeer belangrijk vindt om de jongeren een stem te geven. “Jongerenparticipatie is een van de cruciale punten in ons proces en daarom gingen we op zoek naar methodieken uit het buitenland om jongeren te betrekken”, geeft Samantha aan. “Het is namelijk niet makkelijk om jongeren uit verschillende lagen van de bevolking in zo een forum te krijgen.” Tijdens de kick-off werd daarom ook gebruik gemaakt van interactieve methodieken om de noden en verwachtingen van het aanwezige 40-tal jongeren te kunnen bevragen. Op die manier werden vanuit de twee fora veel ideeën gegenereerd over de principes van het huis en de input werd samengebracht in het eerste prototype. Tijdens het tweede forum werd het prototype aan de betrokken organisaties voorgesteld en feedback gevraagd. Vanuit een bevraging van jongeren in scholen en het forum werd het finale prototype voor het Huis voor Jongeren vastgelegd.

Dit prototype wil drempels voorkomen door een laagdrempelig organisatiemodel waar iedere jongere welkom is en zich op zijn gemak voelt. Het probleem met de schakelleeftijd werd aangepakt door de leeftijdsgrens in het huis te verhogen naar 25 jaar en ook de segmentering werd bewust tegengegaan. Samantha: “We wilden ervoor zorgen dat de hulpverleners beter en nauwer samenwerken, zodat de jongere aanvoelt dat hij niet wordt doorverwezen. Hij zal voelen dat alles bij elkaar hoort en dat er mensen zijn die het traject samen opvolgen.”

Pioniersrol vervullen

Het concept van het Huis voor Jongeren is inmiddels vastgelegd en goedgekeurd door verschillende partijen. Nu is ook het team samengesteld dat gaat werken in het huis. Iedere organisatie van de stuurgroep moest hiervoor mensen afvaardigen. “Dit is natuurlijk niet zo evident omdat het wegnemen van een werkkracht impact heeft op hun eigen reguliere werking”, zegt Samantha.

Het kernteam van het Huis voor Jongeren is een multidisciplinair team met expertise vanuit verschillende lijnen van de hulpverlening. Medewerkers van JAC, CLB, CGG en UZ-psychiatrie gaan experimenteren om samen een gemeenschappelijk en laagdrempelig onthaal aan te bieden, waardoor de lijnen minder zichtbaar zijn voor de jongeren, maar waarbij de specifieke expertise van elke hulpverlener kan ingezet worden. Niet alle hulpverlening zal in het huis kunnen doorgaan, maar de toeleiding naar de moederorganisaties zal door de afgevaardigde medewerkers vlotter kunnen verlopen. “Het is een unieke manier van samenwerken tussen de eerste, tweede en derde lijn. De concrete organisatie hiervan gaat nog een uitdaging voor het kernteam worden, maar het is al duidelijk dat de medewerkers zich niet meer strikt aan hun lijn kunnen gaan houden”, benadrukt Samantha. “De lijnen zullen meer door elkaar lopen.  We zullen een experimenteerfase hebben en het kernteam zal hierin een pioniersrol moeten vervullen om een werkbare werkwijze te kunnen vinden.”

We willen ervoor zorgen dat de hulpverleners beter en nauwer samenwerken, zodat de jongere aanvoelt dat hij niet wordt doorverwezen.

In 2016 werden opnieuw middelen goedgekeurd door het Rode Neuzen Fonds om van het huis een OVERKOP-huis te maken. Dit concept is ontwikkeld vanuit het fonds zelf, maar het sluit heel dicht bij het Huis voor Jongeren aan. De plannen worden nu uitgewerkt: “We hebben een pand gevonden en concretiseren nu onze plannen zodat we in het voorjaar kunnen openen.” Momenteel wordt ook met andere organisaties samengewerkt om een vrijetijdsaanbod voor jongeren te creëren. Samantha: “We willen dat ze creatieve dingen kunnen ondernemen, workshops volgen en tot rust komen. Het huis zal een plek worden waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten en bij de eigen peergroep terecht kunnen om contacten te hebben en te babbelen.”

Daarnaast is inmiddels een jongerenpanel met een 35-tal jongeren via Facebook opgericht dat voortdurend wordt geconsulteerd in de stappen die worden genomen. Samantha: “Elke stap die we nemen, willen we aftoetsen met de jongeren, bijvoorbeeld rond de activiteiten en inrichting van het huis.” Uit de eerste bijeenkomst bleek echter dat de samenwerking voor de jongeren realistisch moet blijven en dat men geen regelmatige bijeenkomsten kan verwachten. Het panel stelde daarom voor om via de Facebookgroep samen te werken om ad hoc vragen te kunnen stellen en afspraken te organiseren. “We merken dat de groep het fijn vindt om hun mening te kunnen geven, maar we zullen moeten blijven zoeken naar methodieken om jongeren te kunnen betrekken en bevragen”, geeft Samantha toe. “Het project heeft een experimenteel en innovatief karakter, waardoor de zaken constant in ontwikkeling zijn. Het is een heel spannend project en een uitdaging om met verschillende partners samen te werken en iedereen zijn weg te laten doen”. Een andere uitdaging van het project is volgens Samantha het stimuleren van maatschappelijke verandering: “We zijn nu bezig met het wakker maken en willen mensen attent erop maken dat er nood is aan verandering. Verandering is een heel proces dat tijd vergt en kan niet worden opgedrongen, maar het idee verspreidt zich al.”

Flanders Synergy
Voeg toe aan selectie